Brettensuite

Herbert Nouwens over de Brettensuite

(scroll down for Deutsch, English)

Relatie met gebied. ‘Ik heb heel lang in Amsterdam gewoond en in de jaren ’90 had ik mijn werkplaats op het Westergasfabriekterrein. Toen de Westergasfabriek werd gesaneerd en het park werd aangelegd, moest ik daar weg. Ik kwam er vorige zomer terug: omdat ik 60 jaar werd, een mooi moment om eens het werk van de afgelopen decennia bij elkaar te zien op mijn oude werkplek. Een aantal beelden is daar toentertijd ook gemaakt. Naar aanleiding van deze tentoonstelling Angels’ Share werd ik benaderd door ambtenaren die graag het Brettenpad ook op een culturele manier op de kaart wilden zetten.’ De plekken langs het Brettenpad zorgvuldig gekozen. ‘Ik vind het heel erg belangrijk dat er een relatie is tussen een beeld en zijn omgeving. Ik heb dus welbewust plekken uitgekozen die als het ware vroegen om een markeringspunt langs het Brettenpad. De meeste beelden zijn afkomstig uit de tentoonstelling Angels’ share en sommige zijn speciaal uit Slochteren, waar ik sinds 2004 woon en werk, naar Amsterdam gehaald, omdat ik vond dat ze een zinnige toevoeging waren. Ik hoop dat de fietser of wandelaar langs dit wonderschone pad verrast wordt door de beelden die er geplaatst zijn en dat ze het ook zien als een rij kralen aan een ketting. Geen losse elementen, maar beelden die samen een verhaal vertellen. Daarom heb ik het ook de Brettensuite genoemd. Een suite is een verzameling muziekstukken die zelfstandig kunnen klinken, maar die in samenhang met elkaar een muzikale reis mogelijk maken voor de luisteraar. Als dat gebeurt met mijn Brettensuite, dan ben ik blij. ”

Brettensuite, een voorjaarsimpressie

Remco Daalder, stadsecoloog Amsterdam heeft op verzoek van Herbert Nouwens een prachtig stukje geschreven over de Brettensuite. Acht uur ’s morgens, eind februari. Ik neem de pont van Amsterdam Noord naar de Houthavens. De pont staat vol met fietsers, die na het aanmeren in een lange file richting Westerpark gaan. Het doet me denken aan foto’s van Amsterdam uit de jaren vijftig. Lange rijen fietsende havenarbeiders, op weg naar hun werk. Zij fietsten omdat ze geen geld voor een auto hadden, wij fietsen omdat een auto nutteloos is geworden in de stad. De sliert fietsers gaat het Westerpark in, gaat richting Sloterdijk. Ik heb nooit beseft dat dit deel van de Bretten zo’n belangrijke forensenroute is. In het Westerpark krijgen de fietsers gezelschap van hardlopers in alle vormen en kleuren. En van stadsnatuur: broedende reigers op nesten hoog in de bomen van het eiland, halsbandparkieten. Voedselzoekende meeuwen bedekken de grasvelden. Bij de Waternatuurtuin is een tunneltje dat leidt naar de kinderspeelplaats Het Woeste Westen. Daar zie ik de eerste beelden van Herbert Nouwens. Ze staan aan weerszijden van de tunnelingang, als robuuste schildwachten. Ondanks hun grootte zijn de beelden onnadrukkelijk aanwezig. Ze vallen nauwelijks op. Ze passen goed bij de grote stenen van de ecopassage die dieren door het tunneltje moet leiden. Ze passen goed bij de tanige man die fanatiek touwtje staat te springen. Deze beelden hebben een menselijke maat en organische vormen, net als het Westerpark zelf. Vanuit de waternatuurtuin roepen wintertalingen, ik hoor een groene specht lachen. Deze plek klopt. De Brettenroute staat met groene stippen op het asfalt aangegeven. Volg de stippen en je fietst tussen de volkstuinen en de achterkanten van onherbergzame kantoorkolossen door, richting Sloterdijk. Stromen fietsers, stromen hardlopers. Vanuit de volkstuinen zingende bosvogels: zanglijster, roodborst, winterkoning. Een sperwer schiet tussen de bomen door. Ik zie het beeld van Nouwens aan de rand van de volkstuinen pas op het laatste moment. Weer zo’n grootse bescheidenheid. Geen brutaal gebaar, geen kijk mij eens even, maar een simpele toevoeging, een accent voor diegenen die goed willen kijken, die iets willen ontdekken. En tegelijk een ontmoetingsplek voor de volkstuinders, een dorpspomp, we treffen elkaar bij de verroeste boom. Bij het oude dorp Sloterdijk raak ik pas echt onder de indruk. Hier staat een beeld dat lijkt op een boomstobbe, op de stam van een reusachtige vijgeboom uit het regenwoud. Het beeld staat in het water en voegt zich naar de elzen, populieren en abelen eromheen. Op deze wat mistige morgen geeft het beeld de hele plek een mystieke sfeer. Organisch en net niet van deze wereld. Een prachtig contrast met het sombere, houterige beeld “Ode aan de verdwenen boer” van Karel Gomes dat twintig meter verderop staat. Dan de Arlandaweg. Kaarsrechte, te brede weg tussen niet al te fraaie school- en kantoorgebouwen door. Tochtig, altijd wind tegen, een gevoel van moedeloosheid overvalt de fietser. Nouwens heeft hier sombere, hoekige gestaltes neergezet die de zakelijkheid van de omgeving accentueren. Je wordt er niet vrolijker van. Na Sloterdijk is iedereen ineens weg en ben je alleen met de groene stippen op het asfalt en de langsrazende auto’s op de Haarlemmerweg. Het verkeerslawaai doet aan het geruis van de zee denken. Een vrolijke krul van Nouwens bij de sportvelden doet het humeur, dat op de Arlandaweg een deuk kreeg, weer opklaren. De Bretten worden naar het westen toe steeds wilder en vreemder. In de sloten krakeenden, duikende kuifeenden en baltsende futen. Mummelende goudhaantjes komen net boven het verkeer uit. Langs het fietspad vossendrollen. De beelden worden bakens in de eenzame woestenij. Bakens op weg naar de kust. Ze maken de bijna bedreigende ruimte intiemer. Ze worden minder in aantal: de stad ligt achter ons. Bij Halfweg wuift het laatste beeld me vaarwel. De duinen lonken. Remco Daalder 3/3/2015

Klik op de afbeelding om alle werken te zien. Het laden kan, afhankelijk van je internetverbinding, een paar seconden duren. Graag een moment geduld.
> Download hier de fietsroute als PDFFietsroute
> Bekijk hier de film Your Content from Steven Elbers (Artcore) on Vimeo.
> Bezoek ook mijn Facebookpaginafacebook

Herbert Nouwens über die Bretten Suite


Beziehung mit dem Gebiet. ‘.”Ich habe lange in Amsterdam gelebt und in den 90er Jahren hatte ich meinen Arbeitsplatz in der Westergasfabriek-Niederlassung. Als die Westergasfabriek abgeräumt wurde und der Park bebaut wurde, musste ich gehen. Ich bin dort im letzten Sommer zurückgekommen: Um, weil ich nun 60 Jahre alt , die Arbeit der vergangenen Jahrzehnte an meinem alten Ort zu sehen. Zu dieser Zeit wurde auch eine Reihe von Bildern gemacht. Als Ergebnis dieser Angels ‘Share-Ausstellung sprachen mich Beamte an, die das Brettenpad auch kulturell auf die Landkarte bringen wollten. Die Plätze entlang des Brettenpad wurden sorgfältig ausgewählt.Ich finde es sehr wichtig, dass es eine Beziehung zwischen einem Bild und seiner Umgebung gibt. So wählte ich bewusst Orte aus, die um eine Markierung am Brettenpad gebeten wurden. Die meisten Bilder stammen von der Angels ‘share exhibition und einige von ihnen stammen aus Slochteren, wo ich seit 2004 lebe und arbeite, weil ich sie für eine sinnvolle Ergänzung hielt. Ich hoffe, dass der Radfahrer oder Wanderer auf diesem wundervollen Weg von den Bildern überrascht werden, die dort platziert sind und dass sie es auch als eine Reihe von Perlen an einer Kette sehen. keine separaten Elemente, sondern Bilder, die eine Geschichte erzählen. Deshalb habe ich es auch Brettensuite genannt. Eine Suite ist eine Sammlung von Musikstücken, die unabhängig voneinander klingen können, aber in Verbindung miteinander eine musikalische Reise für den Hörer ermöglichen. Wenn das mit meiner Brettensuite passiert, dann bin ich glücklich.

Brettensuite, ein Frühlingsabdruck

</ h4>
Remco Daalder, Stadtökologe Amsterdam hat auf Bitte von Herbert Nouwens ein schönes Stück über die Brettensuite geschrieben. </ em> Acht Uhr morgens, Ende Februar. Ich nehme die Fähre von Amsterdam Noord nach Houthavens. Die Fähre ist voll von Radfahrern, die nach einem Stau in einem langen Stau nach Westerpark fahren. Es erinnert mich an Fotos von Amsterdam aus den fünfziger Jahren. Lange Reihen von Fahrradarbeiter auf dem Weg zur Arbeit. Sie fuhren Rad, weil sie kein Geld für ein Auto hatten, wir radeln, weil ein Auto in der Stadt nutzlos geworden ist. Der slierte Radfahrer betritt den Westerpark und fährt in Richtung Sloterdijk. Ich habe nie bemerkt, dass dieser Teil des Bretten eine so wichtige Pendlerroute ist. Im Westerpark treffen Radfahrer auf Läufer in allen Formen und Farben. Und von urbaner Natur: Reiher auf Nestern hoch in den Bäumen der Insel, Ringschwanzsittiche züchten. Möwen mit Nahrungssuche bedecken die Rasenflächen. Am Waternatuurtuin gibt es einen Tunnel, der zum Kinderspielplatz Het Woeste Westen führt. Dort sehe ich die ersten Bilder von Herbert Nouwens. Sie sind auf beiden Seiten des Tunnels, als robuste Wächter. Trotz ihrer Größe sind die Bilder unverkennbar präsent. Sie heben sich kaum ab. Sie passen gut zu den großen Steinen der Ecopassage, die die Tiere durch den Tunnel führen müssen. Sie passen gut zu dem gebräunten Mann, der fanatisch springt. Diese Bilder haben eine menschliche Größe und organische Formen, genau wie der Westerpark selbst. Aus dem Wasser benetzenden Garten, blaugrüne Rufe, höre ich einen grünen Specht lachen. Dieser Ort ist richtig. Die Brettenroute ist mit grünen Punkten auf dem Asphalt markiert. Folgen Sie den Punkten und Sie radeln zwischen den Kleingärten und den Rückseiten der unwirtlichen Bürosiedlungen in Richtung Sloterdijk. Fließende Radfahrer, Läufer laufen. Waldvögel singen aus den Scharen: Singdrossel, Rotkehlchen, Winterkönig. Ein Sperwer schießt durch die Bäume. Ich sehe das Bild von Nouwens nur im letzten Moment am Rand der Schrebergärten. Wieder so eine große Bescheidenheit. Keine freche Geste, kein Blick auf mich, sondern eine einfache Ergänzung, ein Akzent für diejenigen, die gut aussehen wollen, die etwas entdecken wollen. Und zur gleichen Zeit ein Treffpunkt für die Schrebergärten, eine Dorfpumpe, treffen wir uns am rostigen Baum. Ich bin sehr beeindruckt von dem alten Dorf Sloterdijk. Hier ist ein Bild, das wie ein Baumstumpf aussieht, auf dem Stamm eines riesigen Feigenbaums aus dem Regenwald. Die Statue steht im Wasser und schließt sich der Erle, der Pappel und den Karotten an. An diesem etwas nebligen Morgen gibt das Bild dem ganzen Ort eine mystische Atmosphäre. Bio und einfach nicht von dieser Welt. Ein schöner Kontrast zu dem düsteren, hölzernen Bild “Ode an den verschwundenen Bauern” von Karel Gomes, das zwanzig Meter entfernt ist. Dann der Arlandaweg. Candle-Recht, zu breite Straße zwischen nicht allzu schick Schule und Bürogebäude. Neugierig, immer Wind entgegen, ein Gefühl der Entmutigung überholt den Radfahrer. Nouwens hat hier düstere, kantige Figuren niedergelegt, die die Praktikabilität der Umgebung betonen. Du wirst nicht glücklicher sein. Nach Sloterdijk ist plötzlich jeder weg und man ist nur mit den grünen Punkten auf dem Asphalt und den Autos entlang dem Haarlemmerweg unterwegs. Verkehrslärm erinnert uns an das Rauschen des Meeres. Ein fröhliches Curl aus Nouwens nahe den Sportplätzen macht die Stimmung, die am Arlandaweg eine Delle bekommen hat, wieder klar. Die Bretten werden im Westen immer wilder und seltsamer. In den Gräben, Grillen, Tauchen Reiherenten und Balting Grebes. Mummant Goldköpfe sind direkt über dem Verkehr. Fossil rollt den Radweg entlang. Die Bilder werden zu Leuchtfeuern im einsamen Ödland. Beacons auf dem Weg zur Küste. Sie machen den fast bedrohlichen Raum intimer. Sie sind weniger zahlreich: Die Stadt ist hinter uns. Auf Halfweg winkt mir das letzte Bild. Die Dünen locken. Remco Daalder 3/3/2015

 

[one_half

Herbert Nouwens about the Brettensuite

Relationship with area.
. ‘I lived in Amsterdam for a long time and in the 1990s I had my workshop on the Westergasfabriek site. When the Westergasfabriek was cleaned up and the park was built, I had to leave. I came back in 2014: because I turned 60, it was a great moment to see the work of the past decades together at my old workplace. A number of sculptures were also made there at the time. As a result of this Angels’ Share exhibition, I was approached by officials who wanted to put the Brettenpad on the map in a cultural way. The places along the Brettenpad were carefully chosen.‘I think it is very important that there is a relationship between a sculpture and its environment. So I deliberately chose sites that, as it were, asked for a marking point along the Brettenpad. Most of the sculptures come from the Angels’ share exhibition and some are specially from Slochteren, where I have been living and working since 2004, because I thought they were a sensible addition. I hope that the cyclist or hiker along this wonderful path will be surprised by the images that are placed there and that they also see it as a row of beads on a chain. No separate elements, but sculptures that tell a story together. That’s why I also called it the Brettensuite. A suite is a collection of pieces of music that can sound independently, but which, in connection with each other, make a musical journey possible for the listener. If that happens with my Brettensuite, then I’m happy. ”

Brettensuite, a spring impression

 

Daalder, city ecologist Amsterdam wrote a beautiful piece about the Brettensuite at the request of Herbert Nouwens. ,
. Eight o’clock in the morning, at the end of February.
I take the ferry from Amsterdam Noord to the Houthavens. The ferry is full of cyclists, who after a mooring in a long traffic jam go to Westerpark. It reminds me of photographs of Amsterdam from the fifties. Long lines of cycling dock workers on their way to work. They cycled because they had no money for a car, we cycle because a car has become useless in the city. The sliert cyclists enters the Westerpark, goes towards Sloterdijk. I never realized that this part of the Bretten is such an important commuter route. In the Westerpark cyclists are joined by runners in all shapes and colors. And of urban nature: breeding herons on nests high in the trees of the island, ring-tailed parakeets. Food-seeking gulls cover the grass fields. At the Waternatuurtuin there is a tunnel that leads to the children’s playground Het Woeste Westen. There I see the first sculptures of Herbert Nouwens. They are on either side of the tunnel entrance, as robust sentinels. Despite their size, the sculptures are unmistakably present. They hardly stand out. They fit well with the large stones of the ecopassage that must guide animals through the tunnel. They fit well with the tanned man who is jumping fanatically. These sculptures have a human size and organic forms, just like the Westerpark itself. From the water-wetting garden, teal calls, I hear a green woodpecker laughing. This place is right. The Bretten route is marked with green dots on the asphalt. Follow the dots and you cycle between the allotments and the backs of inhospitable office settlements, towards Sloterdijk. Flowing cyclists, running runners. Forest birds singing from the allotments: song thrush, robin, winter king. A sperwer shoots through the trees. I see the sculpture of Nouwens on the edge of the allotments only at the last moment. Again such a great modesty. No cheeky gesture, no look at me, but a simple addition, an accent for those who want to look good, who want to discover something. And at the same time a meeting place for the allotments, a village pump, we meet at the rusty tree. I am really impressed at the old village of Sloterdijk. Here is an sculpture that looks like a tree stump, on the trunk of a giant fig tree from the rainforest. The statue stands in the water and joins the alder, poplar and carrots around it. On this somewhat misty morning, the sculpture gives the whole place a mystical atmosphere. Organic and just out of this world. A beautiful contrast with the gloomy, wooden sculpture “Ode to the disappeared farmer” by Karel Gomes that is twenty meters away. Then the Arlandaweg. Candle-right, too wide road between not too fancy school and office buildings. Curious, always wind against, a feeling of discouragement overtakes the cyclist. Nouwens has put down sombre, angular figures here that accentuate the practicality of the environment. You will not be happier. After Sloterdijk everyone is suddenly gone and you are only with the green dots on the asphalt and the cars driving along the Haarlemmerweg. Traffic noise reminds us of the murmur of the sea. A cheerful curl from Nouwens near the sports fields makes the mood, which got a dent on the Arlandaweg, clear again. The Bretten are becoming increasingly wilder and stranger to the west. In the ditches, crickets, diving tufted ducks and baltting grebes. Mummant goldheads are just above the traffic. Fossil rolls along the bike path. The sculptures become beacons in the lonely wasteland. Beacons on their way to the coast. They make the almost threatening space more intimate. They are less in number: the city is behind us. At Halfweg the last sculpture waves me farewell. The dunes beckon. Remco Daalder 3/3/2015